3 tips om de middagdip op het werk te snel af te zijn

namiddagdip-werk

Elke ochtend begin je vol goede moed, vol energie en vol plannen aan de werkdag. Maar na de middag – typisch tussen 14u en 15u30 – is daar plots nog weinig van te merken. Je bent moe, je voelt je slaperig en kunt je nog maar moeilijk concentreren. Hoe komt dit toch? Betekent dit dat je te zwaar geluncht hebt? Dat je een slaaptekort hebt? En nog belangrijker: wat kun je aan zo’n middagdip doen? In dit artikel zetten we de oorzaken op een rijtje en geven we tips om een middagdip te voorkomen.

Middagdip? De boosdoeners

Hoewel korte nachten of zware lunches niet helpen (in het eerste geval laat je algemene energieniveau te wensen over, en in het tweede gaat alle beschikbare energie naar de vertering), heeft een middagdip vooral te maken met een dip in onze suikerspiegel. Vanaf ‘s ochtends teren we op onze reserves; dit houden we een hele tijd vol, maar we bereiken de top om 15u en vanaf dan daalt onze energie onvermijdelijk.

3 tips om een middagdip te voorkomen

Zuid-Europeanen houden simpelweg een siësta, maar voor jou is het hoogstwaarschijnlijk geen optie om je even op de zetel te leggen en je ogen te sluiten. Misschien kun je je baas wel overtuigen van het nut van een powernap? Dat korte dutje laat je best voorafgaan door een ‘nappuccino’ (een samentrekking van ‘nap’ en ‘cappuccino’), zodat de cafeïne begint te werken zodra je wakker wordt. Is dit geen optie, dan kun je deze tips aanwenden voor meer namiddagenergie:

1. Eet regelmatig

Een constante bloedsuikerspiegel is het beste. Dit betekent: regelmatig eten en geen maaltijden overslaan. Voeding met veel suikers vermijd je beter; dit zorgt misschien even voor een boost, maar eigenlijk versterkt het je pieken én je dalen.

2. Beweeg voldoende

Voldoende beweging is cruciaal. In een ideaal scenario ga je na de lunch even naar buiten om een frisse neus te halen. Maar ook op de werkvloer dwing je jezelf maar beter om af en toe eens rond te wandelen. Maak er bijvoorbeeld een gewoonte van om je collega’s te gaan aanspreken i.p.v. hen een mail te sturen. Dit komt de bloedcirculatie alleen maar ten goede.

3. Zet het raam open

De perfecte kantoortemperatuur ligt voor iedereen anders: voor de ene is het al snel te koud, de andere heeft het dan weer meteen te warm. Als je collega’s het met je eens zijn, kun je even een raam openzetten na de middag. De frisse lucht maakt je weer alert. Zien je collega’s die open raam niet zitten, dan is het een goed idee om je handen met ijskoud water te wassen. Verkwikkend!